Start Vlaams-Brussels ministerieel overleg interregionale mobiliteit
 |
Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken en Mobiliteit en Brigitte Grouwels, Brussels minister van Openbare Werken en Vervoer gaven vandaag het startschot voor het Vlaams-Brussels ministerieel overleg over interregionale mobiliteit. Elke dag rijden er fietsen, bussen en trams, auto’s en vrachtwagens en varen er schepen van Vlaanderen naar Brussel en vice versa. Het is belangrijk om de netwerken op elkaar af te stemmen om het comfort van de gebruikers te verbeteren.
Met de start van het overleg willen Vlaams minister Hilde Crevits en Brussels minister Brigitte Grouwels een geïntegreerde visie ontwikkelen op het vlak van interregionale mobiliteit. Naast het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nemen ook de waterwegbeheerders en de twee openbaar vervoersmaatschappijen De Lijn en de MIVB deel aan dit structureel overleg. De volgende thema's zijn op het startmoment aan bod gekomen.
Afstemming van de fietsroutes
Er is nood aan meer afgestemde fietsinfrastructuur tussen beide gewesten vermits er dagelijks 135.000 personen pendelen vanuit de Vlaamse rand naar hun werkplek in Brussel. De gemiddelde afstand van de meeste gemeenten uit de Vlaamse rand tot in Brussel-centrum bedraagt slechts 8 tot 16 km. Dit is een perfect fietsbare afstand. Toch maakt slechts 1 procent van de pendelaars gebruik van de fiets. Dit maakt duidelijk dat er vraag is naar veilige fietspaden. Dat kan maar door een betere afstemming van het Vlaams bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) op de Brusselse gewestelijke fietsroutes.
Minister Crevits en minister Grouwels hebben een werkgroep opgericht waarin de Vlaamse en Brusselse fietsmanagers zetelen. Zij lijsten nu de knelpunten op en moeten met voorstellen van oplossingen tegen maart 2010.
Voorbeeld: Fietssnelweg Kanaalroute
Halle - Brussel - Vilvoorde - Kapelle o/d Bos
Deze route is aangeduid als hoofdroute op de kaart van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) van het Vlaamse Gewest. Op een belangrijk deel van dit traject langs het zeekanaal tussen Antwerpen en Charleroi kan reeds veilig en comfortabel gefietst worden, zowel op het grondgebied van het Vlaamse Gewest als in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er moeten nog enkele missing links weggewerkt worden.
Samenwerking tussen De Lijn en MIVB
Een geïntegreerde ontwikkeling van het openbaar vervoersaanbod van de MIVB en De Lijn moet er voor te zorgen dat minder pendelaars de wagen nemen om in Brussel te komen werken. Doelstelling van deze samenwerking is een vermindering van de verkeersdruk en een verbetering van de leefbaarheid.
Minister Crevits en minister Grouwels kwamen overeen om het vervoersaanbod tussen de twee gewesten beter op elkaar af te stemmen. Een volgende stap is de intensivering van de stuurgroep van het GEN, waar beide openbaarvervoermaatschappijen in zetelen, naast ook de 2 andere openbaarvervoermaatschappijen in België (TEC en NMBS)
Voorbeeld: nachtbuslijn 620
Een goed voorbeeld vormt alvast de opstart van de nachtbuslijn 620, die Anderlecht met de luchthaven van Zaventem verbindt tussen middernacht en vijf uur 's ochtends. De bedoeling is om de luchthavenregio beter te ontsluiten voor Brusselse werknemers. Minister Grouwels wil de nieuwe buslijn ook afstemmen op de collectieve taxi's van Collecto.
Reorganisatie van de Brusselse Ring
Voor een betere doorstroming van het verkeer op de Brusselse ring wordt in opdracht van Vlaams minister Hilde Crevits het voorstel onderzocht voor een scheiding van het doorgaand verkeer en het lokaal verkeer. Het gaat dus om een optimalisering van de ring. Het betekent dat men het doorgaand verkeer laat doorrijden van knooppunt naar knooppunt. Dit verkeer kan dan enkel aan een knooppunt een andere autosnelweg kiezen of opteren voor de rijstroken voor lokaal verkeer. Het lokale verkeer dat het ondergeschikt wegennet moet gebruiken zal op een andere zone rijden met de gekende op- en afritten. Dat is een zeer goede evolutie voor de verkeersveiligheid.
In het kader van de plan-MER over de verbetering van de verkeersdoorstroming in de ‘Zone Zaventem’ van de ring om Brussel, loopt momenteel een voorbereidende studie over de mobiliteit op de noordelijke ring om Brussel in zijn geheel. Het doorstromingsprobleem van de noordelijke ring blijft immers niet alleen beperkt tot de Zone Zaventem (van het knooppunt met de E40 in Sint-Stevens-Woluwe tot het knooppunt met de E19 in Machelen), maar treft ook de rest van de noordelijke ring, tot aan het knooppunt met de E40 in Groot-Bijgaarden. Voor in de eigenlijke plan-MER de milieueffecten van de verschillende mogelijke oplossingen (alternatieven) voor de Zone Zaventem onderzocht worden, wordt de mobiliteit op de hele noordelijke ring in beschouwing genomen.
In de mobiliteitsstudie worden drie basisscenario’s vergeleken: het ‘nulalternatief’, het ‘basisscenario R0 Zone Zaventem’ en het ‘basisscenario R0 Zone Zaventem + Zone Noord’ geven alle drie weer hoe de mobiliteit op de noordelijke ring en op het onderliggende wegennet zou evolueren als:
- er geen enkele ingreep zou ondernomen worden op de noordelijke ring om Brussel (het nulalternatief),
- de ring om Brussel enkel geoptimaliseerd zou worden in de Zone Zaventem (het basisscenario R0 Zone Zaventem),
- de ring in Brussel in zijn geheel aangepakt zou worden (het basisscenario R0 Zone Zaventem + Zone Noord).
Het Vlaams Gewest betrekt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op alle vlakken bij de verwezenlijking van de Mobiliteitsstudie. In de eerste plaats heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de nodige gegevens uit het ‘Iris 2-model’ geleverd om de studie te verwezenlijken. Verder wordt er in de studie naast de bestaande plannen voor Vlaanderen ook rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen en de openbaar vervoer projecten die voorzien worden op Brussels grondgebied tegen 2020. Ten slotte zal er ook met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest teruggekoppeld worden over de conclusies van de mobiliteitsstudie. Die conclusies zullen op korte termijn beschikbaar zijn.
Aangezien een deel van de ring rond Brussel op Brussels grondgebied ligt, moeten de Vlaamse en Brusselse procedures op elkaar afgestemd worden voor de opmaak van een plan-MER. Het ministerieel comité beslist dat de werkgroep om de mobiliteitsstudie van de plan-Mer om de twee maanden samenkomt om het project Zone Noord verder uit te werken.
Afsluiten protocol dynamische verkeersmanagement
Minister Hilde Crevits en minister Brigitte Grouwels willen nauwer samenwerken bij de uitbouw van een systeem van dynamisch verkeersmanagement voor de ring om Brussel en de snelwegen die erop aansluiten. Hiertoe werd een protocol voorbereid dat nu aan de Vlaamse zal worden voorgelegd. Nadien kunnen de ministers het protocol ondertekenen.
Een nauwe samenwerking tussen de twee gewestelijke overheden zijn essentieel. Het Vlaams Verkeerscentrum en het Brussels mobiliteitscentrum zullen de handen in elkaar slaan en op korte termijn onderzoeken hoe het bovenlokale netwerkmanagement en het lokale (veiligheids)management op de Ring kan georganiseerd worden over de gewestgrenzen heen. Er zullen ook afspraken gemaakt worden over de manier van communiceren en over het soort boodschappen dat verspreid zal worden. De bedoeling is om weggebruikers op de ring om Brussel en de autosnelwegen (de E40, de A12, de E19, de E411) die erop aansluiten sneller en beter te informeren. Dat zal de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer aanzienlijk verbeteren.
Werkgroep ‘vervoer te water’
Nieuw is dat er nu ook oog is voor de mogelijkheden die het Zeekanaal Brussel-Schelde biedt voor een verbeterde mobiliteit in en rond Brussel. Op de agenda staat alvast het overleg inzake de hoogte van de bruggen over het kanaal.
Minister Hilde Crevits: “Voor wie zich wil verplaatsen van Vlaanderen naar Brussel maakt het niet uit waar de grens ligt. Daarom vind ik het belangrijk dat Vlaanderen samen met Brussel afspraken kan maken over de aanleg van fietsroutes die op elkaar aansluiten, grote infrastructuurwerken zoals de Brusselse ring en dat het aanbod van het openbaar vervoer niet met elkaar in concurrentie komt. Alle mogelijke grensoverschrijdende dossiers kunnen nu in het interministerieel overleg aan bod komen voor een snelle en efficiënte beslissing.”
Minister Brigitte Grouwels: “Brussel en het omliggende hinterland vormen het kloppend hart van onze economie en welvaart. Om onze economie niet letterlijk en figuurlijk te laten vastlopen, hebben we daarom meer dan ooit nood aan een proactieve en geïntegreerde samenwerking tussen het Brussels en het Vlaams Gewest op het vlak van mobiliteit. Enkel zo kunnen we in beide gewesten een duurzame mobiliteit garanderen volgens het STOP-principe. Of anders gezegd: eerst stappen, daarna trappen, vervolgens openbaar vervoer en tot slot privé-vervoer."
Bron Transporama 20100204
<< Terug
|