|
C&bm 01-02 / 2008 65
Ik ben 65 geworden. Voor één keer, vind ik – en ik hoop dat u dat ook vindt – dat ik mezelf mag toestaan een beetje persoonlijk te worden en een eigen(zinnige) visie neer te schrijven. Dit editoriaal zou ook een inleiding kunnen zijn voor mijn mémoires want ik had het geluk véél mee te maken in deze fantastische sector, in ons beroep heel véél te zien en te beleven, met véél geestelijke rijkdom te mogen omgaan en wereldburger te worden.
Viel het u op dat ik herhaaldelijk het woordje véél gebruikte ? Omdat het zo is: véél. Dankzij U! Eén ding domineert overigens al de rest: ik heb in dit beroep héél véél formidabele mensen ontmoet.
De federatie werd in 1928 opgericht. Ze bestaat 80 jaar. 1 mei 1965 was mijn eerste werkdag. Met 42 dienstjaren maakte ik dus méér dan de helft van haar geschiedenis mee en hielp die ook voor een deel een beetje schrijven. Ik leefde volop in die unieke sfeer die zo eigen is aan ons wereldje, aan onze “familie” waartoe je – eenmaal je er in “geboren” raakt – altijd blijft behoren (of moet ik schrijven “geboren”). Ik maakte in dat leven kennis met de grootheid en de schoonheid van een beroep dat bevolkt is met harde werkers, cultuurbelevers en levenskunstenaars, zoals in geen enkel ander beroep. Daarvan ben ik overtuigd. Mensen die zich jeunen maar die ook kunnen tjolen. (Ilke, onze vertaalster, zal aan die twee typische West-Vlaamse woordjes een kluif hebben…)
Wat heb ik in die vier decennia allemaal zien gebeuren? Fenomenale dingen zoals de koude oorlog met de bouw en de val van de Muur, de evolutie van Europese zelfvernietiging naar Europese eenmaking, de dekolonialisering (met voor iemand uit de streek van Rijsel, de grote levenstekenende stoorzender, de guerre d’Algérie), de golden sixties, de petroleum- en andere groeicrisissen, de klimaatproblematiek en de wereldbevuiling, vele drama’s zoals 9/11 en blunders als 4/11, de vrijwillige stommiteit van de Europees wijde afbraak – een voorbeeld van wat politiek niet mag zijn – en de heropbouw van het openbaar vervoer over de weg, de bloei van de pendels, de opkomst van het goedkope vliegtuig, het dichtslibben van onze wegen, de technische evolutie van onze bussen, de mondialisering van het toerisme en de globalisering van de busbouw, hoe de autocar langzaam maar zeker zijn leidende positie van grootste cultuurdrager van de twintigste eeuw aan de televisie verloor. Teveel om op te noemen.
Hoe onze maatschappij van minderwaardigheids- naar meerderwaardigheidsgecomplexeerdheid devalueerde om tot een spilzieke maatschappij van kankeraars te verworden die nooit meer tevreden is, een zichzelf knuffelende maatschappij, die vindt dat ze op haar lauweren en op de arbeid van de nakomende generaties mag leven in plaats van de werkkracht en het positieve denken van de vorige generaties in stand te houden. Ben ik dan zelf een kankeraar geworden? Neen! Want ik vind dat we in een buitengewoon interessante en mooie wereld leven.
Maar het is zoals Madame Laetizia, de moeder van Napoleon, indertijd zei: “Pourvou que ça doure” ! Laat ons wat meer stratregisch denken en werken aan wat echt belangrijk is. Ik weet het, de blote foto’s van de nieuwe vrouw van de Franse president zijn leuk en lekker. Het is het soort dingen dat ons zo gemakkelijk de essentie doet vergeten. Eén actueel voorbeeld: de discussies rond de staatshervorming – voor of tegen de inhoud ervan speelt in dit blad geen enkele rol tenzij het over gemeenschappelijk vervoer gaat – wat het mijn inziens veel te weinig doet – zouden slechts één belangrijk doel moeten hebben: ons land in de wereld competitiever maken. Laten we de relativiteit der dingen niet vergeten, niet uit het oog verliezen dat “het groot gelijk van gisteren” achteraf dikwijls “het groot ongelijk van morgen” (en omgekeerd) blijkt te zijn… De generaties die dit beroep maakten beleefden twee wereldoorlogen en leven nu in een nieuwe “global world”. Onze toekomst, dat is het wat telt. Een containerschip vervoert momenteel 150.000 ton in bijna de helft van de tijd van in 1970, in plaats van de 15.000 ton van toen… Van globalisering gesproken… Dus 20 keer méér! Over wat praten we… In Indië studeren elk jaar 500.000 ingenieurs af… Over de Chinezen – die overigens net als wij geen petroleum hebben – horen we dikwijls dat ze goedkoper werken. Dat is een sinds de millenniumwisseling voorbijgestreefd gezegde, het zou nu moeten zijn: “They work faster, better and not only cheaper”. Het Indische Tata nam verleden jaar de Britse staalreus Corus Steel over en dit jaar Landrover en Jaguar. Uitgesproken van Ford! Het bracht zonet de People’s Car uit – de herhaling van Hitlers Volkswagen – voor 1.731 €, niet voor de Europese maar voor de wereldmarkt. Juist…, globalisering, voor ons het grote probleem van de twee komende decennia…
Als ik wil dat de generatie van mijn kleinkinderen evenveel van het leven kan genieten als de mijne, dan zal ik daar iets moeten aan doen, er naar toeleven. Ik! Net zoals iedereen onder ons. En wie het anders zegt is een kieken en een doodgraver van onze maatschappij.
Ik zal in de toekomst langer moeten werken. Dus blijf ik nog een tijdje hoofdredacteur van dit blad. En blijf meedraaien in dit beroep. Met mijn klein radertje. Uit dank voor wat ik van die maatschappij kreeg en omdat ik wil dat ze blijft overleven. Blijft leven!
En weet je waar ik nu zin in heb? Om de Derde van Mahler op te leggen! Doe het ook eens. Ze werd tussen 1893 en 1896 geschreven. Overigens ben ik de mening toegedaan dat het gemeenschappelijk vervoer en het groepstoerisme moeten bevorderd worden.
(LUC GLORIEUX, HOOFDREDACTEUR)
<< Terug
|